De koffer

Boris VDH, P.-D.

door Herman Brusselmans

Privé-detective Boris Vanderhoeven trok sexy aan zijn sigaret. Hij bekeek het meisje dat zonet zijn smoezelige kantoor was binnengetreden en dat had gezegd: 'Ik zoek hulp.' Ze droeg een minijurk, een minibloes en dat alles zonder bh maar wel met een onderbroek om geen kou op haar blaas te vatten. 'Zo zo,' sprak Boris, 'hulp zeg je... Hoe bedoel je?' 'Ik wil dat je mijn verloofde opspoort,' zei ze, 'hij is verdwenen.' 'Verloofde?' zei Boris smalend, 'waar heeft een meisje als jij een verloofde voor nodig? Wist je trouwens dat volgens een enquête in de Standaard 29% van de verloofdes homoseksueel is?' 'Maar ik houd van hem!' riep het meisje. 'Houden van, houden van,' relativeerde Boris, 'allemaal goed en wel, maar wacht een jaar of zeven. Tegen dan laat hij scheten in bed, poetst hij zijn tanden niet meer voor hij je beft en slaat hij je een bloedneus iedere keer als je lever met spruiten en vlokkenpuree op tafel zet.' 'Jonas is helemaal anders,' stelde het meisje ferm, 'hij zal nooit scheten laten in bed, daar steek ik mijn hand voor in het vuur.'
'In het vuur? In zijn gat zal je bedoelen. Zo niet zal de wind waaien, schatje, garantie verzekerd. Jonas, zeg je? Weet je dat volgens de Standaard 49% van de Jonassen homoseksueel is?'
'Mijn Jonas zeker niet. Ik heb nog nooit iemand gekend die zo goed is in bed.'
'Dan ken je mij niet, of mijn oom Petrus. Die kan een vrouw doen klaarkomen alleen al door een komkommer in haar hol te duwen. Met zijn neus.' Boris nam nogmaals een trek van zijn sigaret, en zei beroepsmatig: 'Trouwens, waarom ga je niet naar de politie als die lul dan toch verdwenen is.'
'De politie stuurde mij met een kluitje in het riet. Weet je wat de brigadier zei? "Die komt wel vanzelf terug. Die zit waarschijnlijk in een of ander hoerenkot."'
'Dat zal brigadier Van de Voorde geweest zijn durf ik te wedden.'
'Ik heb z'n naam niet gevraagd. Woest dat ik was!'
'Ja ja, zonder twijfel brigadier Van de Voorde. Een vuilbekker eerste klas. En een echte psychopaat op de koop toe. Op een keer heeft hij een arrestant zo hard geslagen dat hij bewusteloos neerviel. En die arrestant was er ook niet te best aan toe, dat kan ik je verzekeren.'
'Meneer Vanderhoeven,' drong het meisje aan, 'wilt u mij helpen of niet?'
'Zeg maar Boris. Iedereen noemt mij Boris. Behalve mijn moeder merkwaardig genoeg. Die noemt mij nog altijd Puistenkop. Een overblijfseltje uit mijn jeugd. Maar zeg eens eerlijk, zie jij tegenwoordig nog één puist op mijn kop?' Hij liet het meisje z'n kop van dichtbij zien.
'Nee,' gaf ze toe. 'Voilà,' zei Boris, 'en toch blijft mijn moeder mij Puistenkop noemen. Mocht ze geen Alzheimer hebben, ik had haar al lang in de Leie gepleurd, met rolstoel en al. Maar ja, met zieke mensen moet je uitkijken.'
'Hoe zit het nu, Boris, neem je mijn zaak aan of niet?'
'Vooruit maar, omdat jij het bent.' Hij nam een notitieboekje uit z'n jaszak, likte aan z'n potlood, en zei: 'Bah, wat vies.' Hij sloeg het boekje open. 'Geef me alles. Data, namen, feiten, statistieken, routebeschrijvingen... Of nee, geen routebeschrijvingen, ik neem toch altijd taxi's. Mag ik eerst even zeggen dat je een prachtig stelletje oorknopjes in hebt?' 'Bedankt,' zei het meisje. Ze bloosde even.
'Ik ben een enorme fan van oorknopjes. Van oorbéllen, daarentegen, ga ik finaal over m'n nek. Stapelkrankjorumkrankzinnig word ik van oorbellen. Vreemd toch. Het zal met m'n aangeboren neiging tot eclectisme te maken hebben. Enfin, je vriend heet Jonas heb ik begrepen. En jij?'
'Fiona,' gaf ze toe. 'Ik heb een Fiona gekend,' memoreerde Boris, 'een meisje met problemen... Onder een camion gelopen, wat zou je willen. Een Scania Vabis. Turbo intercooler. Wreed machien, jongen, ik zweer het. Als ik geen detective was, zou ik gerust vrachtwagenchauffeur willen zijn. Aan de andere kant, ik heb geen rijbewijs. Terzake. Wat is het beroep van Jonas? Dan kan ik dat noteren.'
'Jonas is werkloos.'
'De gelukzak,' zei Boris, en hij noteerde: 'Jonas: werkloos, de gelukzak.' Aan Fiona vroeg hij: 'En wat is jouw beroep?'
'Fotomodel.'
'Fotomodel? En jij trekt op met zo'n lamstraal van een werkloze? Neem iets dat bij je past, sugarcakes. Een advocaat, een schrijver, een miljonair, een topdetective. Ik noem maar wat.'
'Ik zal eerlijk zijn: Jonas is alleen officieel werkloos. In feite is hij een drugsdealer. Niet dat hij daar trots op is, maar het brengt brood op de plank. En ik verzeker je: hij ziet erop toe dat z'n drugs nooit verdeeld worden onder kinderen jonger dan twaalf.'
'Die worden ook altijd gediscrimineerd, de sukkels. Ik zou geen elf jaar of jonger willen zijn, al gaf je me tien miljoen. Of nee, twintig miljoen. Niet te krenterig zijn, dat is nergens voor nodig. Een pilsje, Fiona? Een whiskytje? Koffie? Thee? Met een koekje?'
'Een glas water als je wil.'
Boris duwde op een knop van de intercom en zei: 'Velma, een glas water en voor mij een pilsje, een whiskytje, koffie en thee met een koekje.'
'Fotomodel dus,' zei hij tegen Fiona, 'voor de weekbladpers?'
'Glossy magazines. Cosmo, Elle, Exclusief, Harper's Bazaar, dat soort bladen.'
'Ja, schaap, dat is ook geen kattenpis. Een welgemeend proficiat. Doe zo verder. Jij komt er wel, met die puntige tietjes van je. Ha, daar is Velma met de versnaperingstroep. Zet maar op tafel, Velma. En trek de rits van je broek toe, er is volk in huis. Godverdomme, ik heb dorst.' Boris sloeg het pilsje naar binnen en goot de whisky, de koffie en de thee erachteraan. Het koekje bewaarde hij tegen de komende honger. Hij betaalde Velma, waarop ze het kantoor verliet. Fiona nipte van haar glaasje water en zei: 'Leuk meisje.'
'Ach, wat heet leuk? Klaarkomen op eigen kracht in een bad warm water na een lange werkdag, dàt noem ik leuk,' oordeelde Boris. Ondertussen bestudeerde hij zijn notities. 'Eerlijk gezegd,' zei hij, 'volgens mij ligt die aap van een Jonas ergens met twee blokken beton aan z'n poten op de bodem van de rivier.'
'Dat zou logisch zijn, en allicht is het ook zo. Maar misschien leeft hij nog even. Hij weet als enige de bewaarplaats van een valies met achttien miljoen erin.' Boris noteerde: 'Valies', en zei: 'Hoe zou je het vinden om daar 'ns wat meer over te vertellen? Misschien kan dat ons ergens toe leiden. En à propos, volgens mij ben je helemaal niet naar de politie geweest.'
'Jawel! Bij brigadier... Van de Velde!'
'Van de Voorde. Nee hoor, die heb jij niet bezocht. En wat die liefde tussen jou en die Jonas betreft: daar heb ik drie woorden voor. Bull en shit en bollocks.'
'Jawel! Ik hield van hem! Drie keer neuken per dag!'
'Ik soms zes keer per dag en hou ik van Velma? Geen seconde. Ik zal je dit zeggen, chou: jij wil die Jonas vinden omdat je achttien miljoen wil vinden.'
'Niet waar.'
'Wel waar.'
'Oké, zak, je hebt me door.'
'Geen vrouw die voor mij iets geheim kan houden. Toch niet langer dan een uur. Met één uitzondering. Marleentje. Mijn eerste lief. Die heeft drie weken voor mij geheim kunnen houden dat ze maar één tiet had, de frigide trut.'
'Eén tiet? Hoe kwam dat?'
'Onder een camion gelopen, samen met haar vriendin Fiona. Je kent die pubermeisjes. De hele tijd giechelen en gabberen en voor ze het weten steken ze zonder te kijken de straat over.'
'Vreselijk.'
''t Is hoe je het bekijkt. Fiona is later in beperkte kringen een redelijk befaamde mondschilderes geworden.'
'En Marleentje?'
'Die niet, nee. Haar ben ik geheel uit het oog verloren. Eén tiet, godverdomme. Drie, daar zou ik niks op tegen hebben. Of twee natuurlijk. Maar één? Nee, daar moet ik niet van weten.'
'Weer terzake, Boris. Wil je me Jonas helpen zoeken? Dood of levend? Als je hem vindt, en ook het geld, krijg je vijf miljoen.'
'Fifty-fifty.'
'Jamais.'
'Tot ziens dan.'
'Zeven miljoen.'
'Negen.'
'Oké, zak.'
'Hoe gaan we hem vinden?'
'Het spoor moet via Freddy de Kegel lopen. Die ken je zonder twijfel.'
'Nee. Hoezo?'
'Iedereen die wat met criminaliteit in Vlaanderen te maken heeft kent Freddy de Kegel. Ben jij een detective of hoe zit het?'
'Ik ben pas begonnen. Ik ben een laatbloeier. Breng me op de hoogte, babe.'
'Ik zie het zo: Freddy de Kegel weet van die valies en hij heeft Jonas ontvoerd om hem te martelen en hem te laten zeggen waar de valies verborgen is.'
'Een mogelijkheid. Mogelijkheid nummer twee: Jonas heeft de valies uit de schuilplaats gehaald en staat op dit moment op de Seychellen tegen een palmboom te pissen.'
'Op de Seychellen? Uitgesloten. Hij heeft vliegangst.'
'De broekschijter.'
'Zeg dat wel. Hij zou het trouwens niet durven, het geld pikken en vluchten. Hij had het in consignatie voor Ivo Crauwels, die de politie op z'n hielen had en aan Jonas had gevraagd het geld te verbergen waar niemand het zou vinden. Ivo zelf wilde evenmin de schuilplaats kennen, dat was het allerveiligste. Hij was er zeker van dat Jonas hem het geld zou teruggeven als hij erom zou vragen, wanneer ook. Jonas had veel schrik voor Ivo, hij zou 'm nooit bedriegen of dubbelcrossen.' 'Hoe wist die Freddy de Kegel van dat geld?'
'Omdat de helft ervan het zijne was. Ivo en Freddy werkten samen in de drugs. Tot Ivo dus Freddy's negen miljoen inpikte en de achttien door Jonas had laten verbergen. Freddy moet er op één of andere manier achtergekomen zijn, denk ik, dat Jonas de enige is die weet waar het geld zich bevindt.'
'Godverdomme, honger dat ik heb,' zei Boris en hij smikkelde gretig zijn koekje naar binnen. Hij noteerde per abuis: 'Koekje', schrapte de notitie, en schreef nu: 'Jonas - Freddy - Ivo - 18 miljoen.' 'Dus,' recapituleerde hij, 'in jouw opinie heeft Freddy Jonas gemarteld en eventueel vermoord, en is hij met de loskregen informatie het geld gaan ophalen. Alles wat ik moet doen is naar Freddy stappen en zeggen: "Geef mij dat geld, stouterik." Simpel.'
'Niet zo sarcastisch, dat is nergens voor nodig.'
'En Ivo is natuurlijk blind en doof. Die blijft op z'n gat zitten en als jij en ik eenmaal dat geld hebben, weet die nog steeds van niks en blijft verder op z'n gat zitten. Hoe naïef ben jij, kuikentje?'
'Ivo is het probleem niet. Die is gisteren gestorven.'
'Onder een camion?'
'Nee. Hartaanval.'
Boris zette tussen haakjes een kruisje achter Ivo's naam. Hij doofde eindelijk zijn sigaret, en zei: 'Op die manier schieten we tenminste op. Als die Freddy nu ook nog dood is?'
'Nee, die leeft.'
'Oké, tot ziens dan maar weer. Of denk je dat ik het tegen zo'n martelende drugsdealer ga opnemen? Ik heb je gezegd dat ik een beginneling ben. En ik heb vrouw en kind. Of nee, die heb ik niet. Maar ik had ze kùnnen hebben. Daarbij, ik zou graag nog een tijd leven, ik moet een huis afbetalen.'
'Net daarom. Negen miljoen, Boris. Negen miljoen. Dat is een serieuze brok hypotheek. En ik zal je zeggen hoe we het aanpakken, ervan uitgaande dan maar dat Jonas is doodgemarteld. Welnu, we ontvoeren, anoniem uiteraard, het nieuwe lief van Freddy de Kegel en we vragen achttien miljoen losgeld. Hij betaalt, daar ben ik zeker van. Hij is stapelgek op dat mokkel. Ik ken haar, ze is na mij het heetste fotomodel dat iemand tussen de lakens heeft gehad. Ursula heet ze. Freddy zou een moord begaan voor haar.'
'Daar ben ik dus net bang voor.'
'Als we het goed aanpakken is het een fluitje van een cent.'
Boris liet een scheet. 'Excuseer,' zei hij, 'zwakke darmen. Het zit in de familie. Mijn oom Petrus, bijvoorbeeld, loopt continu rond met een bol mastiek in zijn gat en dan nog draagt hij een busje Airwick aan zijn broekriem tegen het flauwvallen van omstanders en toevallige voorbijgangers. Maar wat belangrijker is: de hele zaak groeit me een beetje boven het hoofd. Ik raak er hoe langer hoe minder wijs uit. Hoe zat het ook weer? Achttien miljoen drugsgeld was in handen van een zekere Ivo, waarvan negen de zijne niet waren, terwijl zijn vroegere compagnon, ene Freddy met martelneigingen...'
Boris werd in zijn uiteenzetting onderbroken door Fiona's gsm die rinkelde. Ze nam op. 'Hallo, met Fiona... Wàt? Ben jij het, schat?! Waar zit je?' Ze hield haar hand over de telefoon. 'Het is Jonas,' fluisterde ze tegen Boris, 'hij leeft nog! Hij is kunnen ontsnappen uit Freddy's handen! Maar aan z'n articulatie te horen is hij al z'n tanden kwijt.'
'Ach, tegenwoordig kunnen de tandartsen zoveel,' zei Boris.
'Waar zit je?' zei Fiona in de telefoon, 'ik kom meteen!' Ze schakelde de gsm uit. 'Kom,' zei ze. Ze verlieten zijn kantoor. Boris zei: 'Velma, je mag een uurtje vroeger naar huis vandaag.' 'Joepie!' riep Velma. Even later reden Boris en Fiona in haar Toyota Supra 3.0 de stad uit. 'Niet te snel,' zei Boris, 'ik heb een enorme aanleg voor wagenziekte.'
'Ik heb een plan,' zei Fiona vol vuur, 'dat geld is voor ons!' Boris bekeek haar en hij dacht in zichzelf: met dat mokkel is het uitkijken. Alert blijven, ogen open houden. In zijn notitieboekje noteerde hij tersluiks: 'Niet in slaap vallen, Boris!'
Fiona sloeg een bosweg in. 'Waar rijd jij heen?' vroeg Boris onthutst. Hij was niet bepaald een natuurmens. 'Naar Jonas' geheime schuilplaats,' zei Fiona. 'Ligt het geld daar?' vroeg Boris verward. 'Nee,' zei ze, 'dat denk ik niet.' 'Waarom niet?' vroeg Boris, 'dat zou toch logisch zijn. Die schuilplaats is immers geheim. En een geheime schuilplaats is net wat hij nodig had voor dat geld. Dus...'
'Breng me niet in de war met je gezeik,' zei Fiona bits, 'ik moet nadenken. Mijn plan luistert nauw.' Ze stopte achter een hoop struiken, in de buurt van een kleine boshut. 'Blijf jij hier tot ik je roep,' zei ze. Het beviel Boris geenszins dat hij door dit mokkel afgesnauwd en bevolen werd, maar aan de andere kant zat hij heel makkelijk in de lederen bank. 'Goed,' zei hij, 'het is overigens mogelijk dat ik een dutje doe. Wek me te gepasten tijde.' Fiona stapte uit, sloot het portier behoedzaam en sloop weg. 'Leuk kontje toch,' mompelde Boris. Hij zag Fiona verdwijnen in de houten hut. Wat nu? vroeg Boris zich af. Hij morrelde aan de radio-cassette-cd-speler. Algauw weerklonk een leuk deuntje van het 50 Ft Combo. Boris neuriede kortstondig de baslijn mee en trok dan, gek van verveling, het handschoenkastje open. Paperassen, paperassen, paperassen. Hoe boring. En een rolletje muntjes van King. Lekker! Hij stak er eentje in z'n mond, waar anders. Hij sloot het handschoenkastje weer, zuchtte diep, en keek rond. Op de achterbank had Fiona haar tas gelegd. Boris nam ze op z'n schoot en keek erin. Een lippenstift, een aansteker, een inlegkruisje, een tampon, een busje intiemspray... Haar kut zou alleszins niks tekortkomen. Een portefeuille, een portemonnee, een balpen of drie, de gsm, een haarlint, een kam, een... Tjonge, kijk hier, een pistool! Hij nam het ter hand en dacht: zo eenvoudig van constructie en toch zo dodelijk. Tenzij je er, zo redeneerde hij, de kogels uithaalt. Vrouwen en pistolen stonden toch al niet in zijn persoonlijke toptien van geslaagde combinaties. Hij haalde de kogels uit het pistool, opende het portier en smeet de projectielen in het struikgewas. Hij sloot het portier weer. Met z'n zakdoek veegde hij z'n vingerafdrukken van het pistool, stak het in de handtas en zette die weer op de achterbank. Hij nam zijn notitieboekje en schrapte 'Niet in slaap vallen, Boris!' waarna hij bijna onmiddellijk in slaap viel. Hij werd gewekt door een geschreeuw uit de boshut. Verdomme, lag dat stelletje daar waarschijnlijk te neuken. Die Jonas brulde wel bijzonder dierlijk, meende Boris te kunnen opmerken. Zelf was hij van het stille type tijdens de seks. Ten hoogste een 'Pffff' kon er bij hem af, meestal in de loop van zijn orgasme. Hij wreef de slaap uit zijn ogen, stapte uit en waterde tegen een boom. Ook nu ontsnapte hem een licht 'Pffff' want Boris vond dringend pissen soms even leuk als klaarkomen, zo niet leuker. Hij stapte weer in. In de hut was het nu stil. Fiona verscheen plots in de deuropening en wenkte hem met een handgewuif. Boris wuifde terug en stapte toen alweer uit. Hij begaf zich naar de hut. Fiona hijgde en leek een beetje te trillen en te beven. Bovendien zaten er rode spatten op haar gezicht. Boris volgde haar naar binnen. Mijn God! Daar lag iemand in een enorme plas bloed. Hoe zag die jongen eruit! Helemaal beurs geslagen en gestompt en zonder tanden en het ergste van al: dood. Boris zag een bebloede spade liggen. 'Wat is hier gebeurd?' vroeg hij gestreng. Fiona ging zitten en zei: 'Hij was er erg aan toe. Freddy heeft hem, in zijn kelder, serieus gefolterd. Toen Freddy even werd weggeroepen, is Jonas via het kelderraam kunnen ontsnappen. Hij had tot dan nog geen woord losgelaten. Hij zat helemaal onder de blauwe plekken en de zwellingen en noem maar op en hij was dol van de pijn, maar hij is erin geslaagd om een auto te stelen en naar hier te komen.'
'Een auto stelen? Op klaarlichte dag?'
'Jonas was een onderlegde jongen.'
'En waar is die auto dan? Er staat helemaal geen auto.'
'Weet ik veel waar die auto is. Waarschijnlijk heeft hij 'm ergens geparkeerd en is hij een stuk te voet gekomen. Jezus. Wil je de rest van m'n verhaal horen of niet?'
'Vooruit maar, de dag is toch om zeep.'
'Ik heb 'm in m'n armen genomen en medelijden met hem getoond en hem gezegd dat het veel beter zou zijn als hij z'n geheim met mij zou delen, dat geliefden àlles met elkaar moeten delen, dat we samen sterker zijn dan alleen bla bla bla, en toen heeft hij me op een pathetische manier inderdaad verklapt waar het geld ligt en vervolgens heb ik 'm de kop ingeslagen met de spade die hij hier had liggen. Vraag me nu nog niet waarom ik dat gedaan heb, het zal straks duidelijk worden. Het behoort allemaal tot mijn geniale plan.'
'Ik ken dat met die geniale plannen,' zei Boris, 'weet je dat de uitvinder van het geniale plan ooit bij het uitvinden ervan z'n nek gebroken heeft. Shit, hoe heet die knakker ook weer. Het was een Etrusk geloof ik...'
'Wat we nu moeten doen is...' begon Fiona.
'In onze broek schijten van de schrik,' onderbrak Boris haar, 'in die zin dat die Freddy natuurlijk allang op zoek is naar Jonas hier.'
'Allicht,' zei Fiona, 'maar hij zal 'm voorlopig niet vinden. Niemand weet van deze hut af.'
'Ben je daar zeker van? Mijn oom Petrus had ooit een hut waar niemand van af wist en op een keer betrapte hij er vierentwintig man die een verjaardagsfeestje van iemand aan het vieren waren.'
'Deze hut is honderd procent geheim. Net zoals de schuilplaats van het geld honderd procent geheim is. Vroeger was het Jonas' geheim, nu het mijne.' Fiona was bezig met het bloed van haar gezicht te spoelen. Daartoe gebruikte ze een theedoek en één van de twee emmers water die ter beschikking waren.
'En wanneer delen we het geheim?' vroeg Boris. 'En de achttien miljoen?'
'Heel binnenkort. Eerst hebben we nog wat anders te doen. In die kast daar liggen dekens. Rol Jonas erin als je wil.'
'Dat zie je van hier. Lijken in dekens rollen is niet bepaald een hobby van mij, pussycat.'
'Als je het doet mag je me daarna neuken tot het donker is.'
'Welja, aan eens een lijk in een deken rollen is nog nooit iemand doodgegaan, veronderstel ik.' Boris deed het, en daarna neukten hij en Fiona tot het inderdaad donker was. 'Niet slecht,' zei Boris, en hij stak zijn lul in een emmer koud water, die zonder bloed erin. Mijn God, mijn God, mijn God, dacht hij bij zichzelf, dit heb ik nog nooit meegemaakt. Dit is het heetste wijf sinds die keer dat mijn oom Petrus per ongeluk tante Josje in de fik zette.
'Dan volgt nu de rest van het plan,' zei Fiona, terwijl ze zich aankleedde. 'Zoals gezegd is Freddy natuurlijk naar Jonas op zoek. En als hij 'm niet vindt zal hij op zoek gaan naar mij. Ik kan mij uiteraard niet eeuwig verschuilen, noch in deze hut noch ergens anders. Daar heb ik geen zin in. Ik hou van mijn vrijheid. Daarom moeten we ervoor zorgen dat Freddy uitgeschakeld wordt. We doen dat zo: we gaan het lijk van Jonas in Freddy's kelder deponeren: we bellen de politie en vertellen die dat er in de kelder van Freddy De Kegel wat te vinden is; Freddy wordt opgepakt voor moord, en tot besluit: niemand zit ons nog op de hielen en we zijn safe en zo vrij als een vogel.'
'Wacht 'ns, wacht 'ns,' zei Boris, 'is het werkelijk allemaal zo simpel? Om maar iets te noemen: heeft zo'n Freddy niet een hoop zware jongens in z'n bende die hij zelfs vanuit de gevangenis, als hij daar al in raakt, opdracht kan geven om verder naar jou te zoeken, jou te vinden en jou te martelen en dood te maken en mij eventueel erbij, als ze dan toch bezig zijn?'
'Nee, Freddy werkt niet met zware jongens of met een bende, net zo min als Ivo dat deed. Ze hebben medewerkers, dat wel, maar iedereen weet zo weinig mogelijk van iedereen. Dit is niet een Amerikaanse maffiafilm, dit is het kleine drugsmilieutje in Vlaanderen. Allemaal heel amateuristisch, noem het gerust stompzinnig.'
'Achttien miljoen is een hoop geld als resultaat van amateuristische stompzinnigheid.'
'Ach, achttien miljoen is peanuts. In de echte drugmilieus steken ze daar hun sigaren mee aan. Echt, geloof mij, dit is het platteland in Vlaanderen, stel je daar niet te veel van voor.'
'Ik stel me nooit veel voor, dus dat helpt,' zei Boris gelaten. Hij had de indruk gekregen dat Fiona een paar klassen hoger speelde dan hij. Hij zou z'n negen miljoen beuren en z'n job als privé-detective in de wilgen hangen, of zich ten hoogste gaan bezighouden met echtscheidingen van dertien in een dozijn en dat soort ongevaarlijke zaken. Hoewel... Toen tante Josje aankondigde dat zij wilde scheiden stak oom Petrus haar in brand. Enfin, Boris zou wel zien.
'Nu aan het werk,' zei Fiona. Ze sleepten het in dekens verpakte lijk naar de auto, borgen het op in de koffer, en reden naar de bescheiden zeg maar onnozele villa van Freddy de Kegel. Geen prikkeldraad, geen camera's, geen bewakers, zelfs geen hond. Nergens licht. 'Freddy zal de baan op zijn, en Ursula is een vroege slaper,' fluisterde Fiona. Ze reed een zijstraat in en nog een. Achteraan paalde het huis aan een maïsveld. Beschermd door de manshoge planten raakten Fiona en Boris met het lijk zonder moeite tot aan de achterkant van het huis. Het kelderraam stond nog open. Ze haalden Jonas uit de dekens, en wierpen z'n lichaam door het raam de kelder in. Ze zagen de stoel waarop hij had vastgebonden gezeten en de touwen waaruit hij had kunnen ontsnappen. Op een tafel lagen allerlei handige martelinstrumenten zoals een Engelse sleutel, een kous gevuld met zand, een boek van Geert van Istendael en een bunsenbrander.
'Wat doen we met de dekens?' vroeg Boris.
'Werp ze zo meteen maar in m'n autokoffer. Ik verbrand ze wel. Kom, we zijn hier weg.' Ze namen de route terug naar de auto. Boris wierp de dekens in de koffer. Fiona reed een eindje tot ze in een stil, doodlopend straatje een parkeerplaats vond. 'Kom,' zei ze, 'we gaan terug, maar nu te voet.'
'Terug?' zei Boris, 'naar waar? Hoezo terug?'
'Hou je bek, en doe wat ik zeg.'
Ach, wat kon het hem schelen, een vrouw die in staat is je tijdens één sekssessie vier orgasmes te bezorgen, waarvan twee op een haar na gelijktijdig, die spreek je op den duur niet meer tegen. Ze liepen weer naar de straat waarin Freddy's huis stond. In de buurt daarvan was een klein parkje. Ze gingen op een bank zitten. Van daaruit konden ze Freddy's huis prima in het oog houden. 'Zo...' zei Boris, een sigaretje opstekend, 'hier zitten we dan... Wie had dat ooit kunnen denken? Weet je dat mijn moeder ooit voorspelde dat ik nog 'ns in de goot zou belanden. Nou, in plaats daarvan zit ik hier toch maar mooi op een bank in een parkje. Weliswaar een parkje van twee keer niks, en een gemakkelijke bank is ook wat anders, maar...'
'Daar is hij,' zei Fiona. Een Citroën XM stoof over de korte oprit naar de villa. Een man stapte uit, sloeg woest het portier dicht en waggelde naar de voordeur. 'Wat een vetzak,' zei Boris.
'Dan had je hem vroeger moeten zien. De laatste tijd is hij fel vermagerd. Door de stress allicht.' Fiona nam haar gsm, tikte de 101 in, en zei: 'Hallo, ik ben Linda De Keuleneer, buurvrouw van Freddy de Kegel, die woont in de Parkstraat nummer vierentwintig. Ik heb daarstraks iemand enorm horen roepen en tieren in het huis van De Kegels. Alsof hij vermoord werd. Ik dacht: ik meld dat maar even aan de politie. Nu moet ik opleggen.'
'Jij bent me er eentje,' zei Boris.
'Ik word er helemaal hitsig van,' zei Fiona. Ze ritste zijn broek open. Wat later zei hij voor de zesde keer op dezelfde dag, het pissen in het bos meegerekend, 'Pffff'.
Het verdere wachten overschreed zo maar eventjes de drie kwartier.
'Lamzakken,' zei Fiona, 'politie in Vlaanderen. Net als al de rest een zielig lachertje.' Op den duur was het zover. Een combi stopte voor Freddy's huis. Twee rijkswachters stapten uit en slenterden naar de voordeur. Eentje belde. Een meisje deed open. 'Dat is Ursula,' zei Fiona. Tjonge, dacht Boris, die is ook niet mis. En wat had Fiona over haar gezegd? Dat ze nog beter was dan Fiona zelf? Wel wel, als die Freddy in de bak zat zou Boris haar 'ns bellen. Weer wachtten ze. Twintig minuten. Toen kwamen nog meer politieauto's de straat in, met loeiende sirenes deze keer. De hele buurt op stelten. Een heisa van hier tot ginder, om en rond het huis. Buren die naar buiten kwamen en dergelijke meer. Freddy werd in de handboeien naar buiten gebracht, net als Ursula, die huilde en gilde. Shit, ze pakken haar natuurlijk ook op, het lekker dier, dacht Boris. 'Kijk naar Ursula,' zei Fiona lachend, 'dit is 'ns wat anders dan met haar benen open liggen. Maar wedden dat ze al in de combi drie rijkswachters pijpt?' 'Is ze medeplichtig denk je?' vroeg Boris. 'Ach nee,' zei Fiona, 'ze trekt zich geen bal aan van Freddy's zaken, tenzij van z'n lul en z'n bankrekening. Kom, we hebben gezien wat we moeten zien. We gaan het geld halen.'
Ze liepen naar de auto. Fiona reed naar de boshut waar ze tevoren al geweest waren. 'Hij had het geld toch daar verstopt,' zei ze, 'heel goed gezien van jou. Stap uit.' Ze had haar pistool uit haar tas gehaald en richtte het op Boris. 'Je bent tot nu toe een goed hulpje geweest, en nu ga je nog wat graafwerk doen.' Boris bleef kalm en voerde uit wat ze hem, de loop van het pistool de hele tijd op hem richtend, opdroeg: de spade uit de hut halen, het bos inlopen, tussen twee welbepaalde bomen beginnen graven; het valies uit de put halen; de put groter maken dan hij was; bij de put blijven staan, en naar Fiona luisteren toen die zei: 'De geheime schuilplaats opnieuw dempen zal ik zelf moeten doen. Ik ga namelijk een gaatje in je kop schieten en je begraven, Boris. Jezus, wat ben jij een sukkel. De grootste idioot die ik ooit gekend heb en dat wil wat zeggen. M'n tieten en m'n kut, ze regeren de wereld, makker. Tot nooit meer.' Ze haalde de trekker over. Niks. Nog eens. Nog niks. Lichte paniek. Schudden met het pistool. De trekker overhalen. Nog steeds niks. Baf!! Boris sloeg haar de kop in met de spade. Hij wierp haar comateuze lichaam - volgens hem nog niet dood, maar dat zou wel komen - in de put en dempte die. Hij schikte er takken en bladeren over totdat alweer niemand meer, behalve bij heel doelgericht zoeken, zou zien dat er iets begraven was. 'Mij een sukkel noemen, oké,' mompelde Boris, 'maar de grootste idioot die je ooit gekend hebt? Dat pik ik niet.' Met z'n zakdoek haalde hij z'n vingerafdrukken van de spade. Wat later deed hij hetzelfde werk in en aan de auto. Alle vingerafdrukken foetsie. Wie had hem gezien in het gezelschap van ene Fiona? Op Velma na, niemand. En Velma, die zou hij eens zodanig gaan verwennen dat ze wel wat anders aan haar hoofd zou hebben dan ene Fiona of wie of wat dan ook. Want ja, zo bedacht Boris, m'n goeie ouwe Velma is dan wel geen fotomodel en na slechts eén 'Pfff' van mij schiet ze alweer in de kleren, maar ze leeft tenminste en ze zit tenminste niet in de bak. En ze schenkt een koekje voor de komende honger bij de koffie en de thee! Nee, Boris zag een tijdje op de Seychellen met Velma wel zitten. En met achttien miljoen natuurlijk. Hoe zou dat eruitzien, achttien miljoen? Het valies was niet eens op slot! Hij opende het. Het explodeerde in zijn gezicht.


This page was created by Erik 'PalmBoy' RAEYMAEKERS

created on 11-08-2002 - last updated on 11-08-2002