
|
Bloemen op mijn graf |
Blauwe hardsteen, België |
|
Herman Brusselmans |
Gebeiteld, geschaafd, gepolijst |
|
1998, Prometheus, p 49-50 |
18 x 24 x 2,5 cm |
|
De andere |
Zwalm, 2007 |
|
Moe van het verlangen |
Zonder haar te wekken |
|
naar andere vrouwen |
De anderen zijn nergens, |
|
Ben ik blij dat ik naast jou |
jij bent overal |
|
Mag gaan liggen |
De anderen zijn niemand |
|
Ze zijn jonger dan jij bent |
in het bijzonder. Jij bent jij, |
|
die anderen, zeg maar: eeuwig jong |
helemaal. |
|
Maar nooit zo mooi, en nooit zo sterk, |
De anderen doen mij dromen |
|
en nooit zo lief. Alleen al aan hen |
over dingen die ik niet ken |
|
denken put mij uit, en slechts jouw |
En die ik niet hoef te kennen |
|
kalme adem geeft me weer kracht |
zolang ik bij je ben |
|
Kracht genoeg om te beseffen dat |
|
|
alle anderen het altijd |
|
|
zullen afleggen tegen |
|
|
het meisje dat ik nu zacht |
|
|
slaapwel ga kussen |
You're visiter number since 04-02-2007